Sint Joris en de draak

Sint Joris en de draakOp 23 april is het Sint Jorisdag. Baden-Powell koos Sint Joris als patroon van Scouting. Het verhaal van Sint Joris gaat over het thema goed en kwaad. Joris is een dappere ridder die ondanks dat hij bang is en het moeilijk vindt, de draak - het kwaad - bestrijdt. Door de draak te verslaan houdt hij zich aan de belofte die hij heeft gedaan. Ieder jaar rond 23 april staan scouts wereldwijd stil bij dit thema. Het is een goed moment om nog eens stil te staan bij de belofte die iedere scout bij zijn of haar installatie heeft afgelegd en om internationale verbondenheid met andere scouts uit te drukken. Ook sluit het goed aan bij het streven van Scouting om bij te dragen aan een betere, vreedzame samenleving.

Sinds 2011 heeft onze groep een oude traditie om rond Sint Jorisdag een groot kampvuur te houden weer in ere hersteld. Het kampvuur is bedoeld voor alle leden van onze groep. Tijdens het kampvuur wordt onder meer in een sketch het Sint Joris verhaal uitgebeeld.

Samenvatting
In het stadje Lydda woont Joris. Hij is net 18 jaar geworden en mag voor het eerst deelnemen aan de grote vergadering die ieder jaar plaatsvindt op de marktplaats. Wat hij daar hoort, is schokkend: ieder jaar worden door de bewoners 10 jonge meisjes aan een draak uitgeleverd. Joris laat zich echter niet uit het veld slaan. Hij doet zichzelf de belofte het stadje van de draak te verlossen. Joris doodt de draak, zodat de stad nooit meer jonge, onschuldige meisjes hoeft af te staan.

Het verhaal van Sint Joris en de draak
In de vroege morgen rijdt een jonge ruiter het stadje Lydda binnen. Het is Joris. De mensen kennen Joris goed en glimlachen vriendelijk als zij zijn blije gezicht zien. Het paard van Joris, Edgar, is zijn beste vriend. Joris buigt zich voorover en geeft het paard nog eens een schouderklopje.

Sint JoriskampvuurVandaag is Joris 18 jaar geworden en vanmorgen zei zijn vader tegen hem: "Joris, vanaf nu ben je een man: Geef de strijd tegen de duisternis nooit op. Leg nooit je wapens neer. Ik geef je hierbij een zwaard. Dat is het teken dat je nu een ridder bent." Joris voelt nog eens vol trots aan het zwaard dat aan zijn zij bungelt. Geschrokken ziet hij de zon al hoog aan de hemel staan. Hij moet zich haasten. Joris spoort Edgar aan sneller te rijden en zo spoeden ze zich naar de grote markt.

Het marktplein van Lydda is gelukkig nog leeg. Voor Joris is het de eerste keer dat hij de jaarlijkse grote vergadering van stadsbestuurders mag meemaken. Joris zijn vader is stadsbestuurder, maar hij heeft Joris nog nooit verteld wat er op de grote vergadering wordt gezegd. Het valt Joris op dat niemand vrolijk kijkt.

In een lange stoet komen de oudste mannen van de stad naar voren en ze nemen plaats in de stoelen die voor hen zijn neergezet. Joris' vader staat op en neemt het woord. Hij lijkt ineens een stuk ouder dan vanmorgen.

"Beste mensen, bijna iedereen weet waarvoor wij hier zijn. Voor diegenen die voor de eerste keer de vergadering bijwonen, zal ik ons leed toelichten. Onze stad heeft een afspraak met een draak om hem ieder jaar 10 maagden te geven. Zoals ieder jaar loten we vandaag welke meisjes we dit keer aan de draak zullen uitleveren."

Sint JoriskampvuurJoris snapt er niets van. Zijn eigen vader... Alles leek vanmorgen nog zo mooi en vredig en nu... Hij vraagt een man naast zich waar hij die draak kan vinden. De man antwoordt: "Ver weg, verder dan de zon." Joris draait zich kwaad om en springt op zijn paard. Dus dat was het geheim. Hij moet de mensen in de stad overtuigen niet op de wensen van de draak in te gaan. Maar ach, wie zou naar hem luisteren? Joris maakt zich steeds kwader. In ieder huis waar hij naar binnen kijkt, kan een jong meisje wonen dat straks aan de draak moet worden uitgeleverd. Hij doet zichzelf een belofte: "Hierbij beloof ik dat ik de stad zal redden! Al moet ik daarvoor het dierbaarste geven dat ik bezit."

Hoe verder Joris rijdt, hoe ruiger het landschap wordt. Hij voelt dat hij op de goede weg is. Plotseling spitst Edgar zijn oren en staat hij met een ruk stil. Joris buigt zich over de hals van zijn paard. In de verte klinkt een donderend geweld [trommelen en stampen]. Joris twijfelt. Moet hij echt verder gaan? Is dit niet onbegonnen werk? Hij is bang; zijn hart klopt in zijn keel. Maar de gedachte aan het onrecht en de jonge onschuldige meisjes is sterker dan zijn angst.
Joris denkt aan zijn belofte en vol goede moed gaat hij verder.
Weer klinkt het akelige geluid, nu heel dichtbij. De grond dreunt. Met moeite houdt Joris zijn paard in bedwang. Het reusachtige monster komt op hem af, de bek wijd open. Vuur rolt over zijn tong. Zijn sterke staart zwiept het zand en de stenen weg. De draak heeft het voorzien op Edgar en uiteindelijk lukt het hem het paard te verwonden. Met een luid gehinnik stort Edgar ter aarde. Joris schrikt. Hij kan het niet aanzien. Zijn dierbaarste bezit. Woede overmeestert hem en opnieuw bindt hij de strijd met de draak aan.

Sint JoriskampvuurUrenlang duurt de strijd. Het is vreselijk. Joris denkt aan zijn ouders, zijn thuis. De veiligheid daar. Hoe lang houdt hij dit vol? Dan denkt hij aan de arme meisjes en aan de verdrietige ouders. Net zoals hij Edgar had moeten zien lijden. Zijn slapen kloppen. Met vaste hand trekt hij zijn zwaard. Het staal weerkaatst in de zon. De draak ziet het zwaard blinken. Een vreselijke brul weerklinkt en met zijn kop stoot hij een rotsblok naar Joris. Mis. Hij voelt zijn vlugge voeten moe worden. Joris ziet de draak verzwakken. Het bloedverlies wordt hem te veel. Een stoot, een laatste slag. De draak valt neer. Dood. Uitgeput zakt Joris ineen en hij valt al snel in een diepe slaap.

Als hij wakker wordt, denkt hij: "Het is me gelukt." Joris slaakt een overwinningskreet. "Ik heb de draak gedood!" Een blik op Edgar maakt hem verdrietig. Zijn beste kameraad heeft hij moeten opofferen. Hij heeft veel moeten verliezen, maar hij heeft overwonnen! Vol moed en levenskracht begint hij aan zijn thuisreis. Op de weg naar huis verliest Joris druppels bloed. Overal waar een druppel bloed valt, groeit een rode tulp.

Sint JoriskampvuurMet zijn gedeukte harnas aan loopt hij bij zijn ouders het huis binnen. Zijn vader wacht hem al op. "Joris, wat zie je eruit? Waar was je? We maakten ons zorgen! En, voor je antwoordt, ik heb goed nieuws, jongen. De draak is niet teruggekeerd dit jaar." Joris knikt. "En je zult hem ook nooit meer zien!" roept-ie uit. Joris recht zijn rug. Zijn ogen stralen als hij zegt: "Pa, ik heb de draak gedood." En in geuren en kleuren vertelt hij het verhaal aan zijn vader.

Het bericht gaat als een lopend vuurtje door de stad. Al snel wordt duidelijk dat het monster inderdaad verslagen is. Iedereen is op zoek naar Joris om hem te bedanken. Maar Joris is niet te vinden. Hij is de wereld ingetrokken om te vechten tegen het kwaad. Voor Joris is het duidelijk: het leven is één grote strijd!